De waarheid?

 

Er was eens, zo gaat het verhaal, lang, heel lang geleden, in een land heel ver van hier, een oude, wijze meester. Zijn leven was zeer gevuld, ondanks zijn eerbiedwaardige leeftijd. Want elke dag stond hij ten dienste van al wie hem nodig had. Hij gaf raad, heelde, en velde een oordeel als een rechtvaardig rechter in kleine onderlinge geschillen, telkens als de dorpelingen uit de wijde omgeving hem daarom verzochten. Zijn avonden waren volledig gewijd aan zelfstudie en meditatie.

Maar het mooiste moment van de dag was voor hem, die in alle nederigheid en eenvoud zijn taak vervulde, toch altijd weer de morgen. Want bij het rijzen van de zon wekte hij, volgens een welbepaald ritueel, zijn zeven favoriete leerlingen, die in de omstaande hutten verbleven.

Ze wasten zich en genoten van een kop boterthee, vrijwel hun enige luxe. Daarna trokken ze dan samen de bergen in. En al wandelend onderwees de meester hen en wijdde hen in in de geheime natuurwetten en de kosmische patronen. Hij probeerde hen inzicht te geven in zichzelf en hun medemens. Op die manier bereidde hij hen langzaamaan voor op het onvermijdelijke ogenblik waarop zij de taak van hem zouden moeten overnemen.

En op één van die tochten vroeg een van de leerlingen hem: 'Meester, wat is de waarheid? Leer ons de waarheid kennen.'

En de meester antwoordde met een wedervraag… Hij schaarde hen alle zeven rondom een mooie bloemenstruik. Hij wees hen op een grote dauwdruppel die schitterde in de vroege zon, en vroeg: 'Zeg me allen naar waarheid: welk is de kleur van deze waterdruppel?'

Even stilte.

Dan klonk het door elkaar heen… 'Rood,' zei de een. 'Oranje,' zei een tweede. 'Nee, geel!' riep een derde haast boos. 'Groen, meester, zei een vierde verbaasd. 'Blauw! Paars! Violet!'… En ze kregen, voor 't eerst in die lange tijd dat ze samen waren, écht ruzie met elkaar. Overtuigd als ze waren, elk van het eigen gelijk.

De meester glimlachte een beetje triest. 'Kijk,' zei hij, 'dat gebeurt er nu altijd met de waarheid… Jullie hebben allemaal de waarheid gesproken, elk vanuit zijn eigen ervaring, vanuit zijn eigen gezichtsveld. Alleen vergeet je daarbij dat, van welke hoek je het ook bekijkt, je altijd slechts een deel van de waarheid kunt zien. Daarom kun je pas een idee van de grote universele waarheid krijgen wanneer je bereid bent te luisteren naar de visie van anderen en tegelijk jouw eigen stukje informatie bij die andere te voegen. Alleen dan wordt de waarheid "de Waarheid": evenwichtig en totaal.'

(auteur onbekend)